Doorgaan naar hoofdcontent

De welles-nietes-discussie over stemmen. Hoe nu verder? 

 

Door: Abou Hafs

     

Er is de afgelopen dagen volop gediscussieerd over de islamitische regelgeving met betrekking tot stemmen in parlementaire verkiezingen. Die discussie is niet altijd even netjes verlopen. Er zijn over en weer verwijten gemaakt, en daarom is het op z’n plaats om een appel te doen op beide kampen om die discussie voortaan louter te voeren op de inhoud en daarbij academische standaarden en goed gedrag in acht te nemen.

Het pro-kamp moet zich beperken tot een inhoudelijke uiteenzetting van hun argumenten, zonder de tegenpartij te betichten van onwetendheid en opstandigheid jegens de geleerden. Het contra-kamp moet zich eveneens beperken tot inhoudelijke argumentatie, zonder de ander noodzakelijkerwijs te verdoemen tot ongeloof en afgoderij. Allah de Verhevene zegt:

“…jouw taak is slechts de verkondiging en bij Ons is de afrekening.” (ar-Ra’d: 40)

Kenmerkend voor het debat zoals dat tot nu toe gevoerd wordt, is het gebrek aan diepgang in de argumentatie. Zowel het democratisch stelsel als het juridische instrumentarium van de Islam zijn complexe systemen die een uitgebreide uiteenzetting vereisen voordat men daar uitspraken over kan doen. 

Het democratisch stelsel representeert in deze discussie de realiteit waarover een oordeel geveld moet worden. Om tot het juiste oordeel te komen is het dus essentieel om die realiteit adequaat weer te geven. En met het juridische instrumentarium van de Islam bepalen we zowel het algemene als het specifieke oordeel over participatie in parlementaire verkiezingen. Hier is het dus noodzakelijk om voldoende ervaring te hebben met het gebruik van dit instrumentarium. In mijn bescheiden observatie ontbrak het in de recente discussie over stemmen aan een uitgebreide uiteenzetting van deze twee perspectieven.

Het pro-kamp beperkt zich soms in zijn legitimering van stemmen tot een verwijzing naar een fatwa die twintig of dertig jaar geleden is uitgevaardigd, in een specifiek land, in een specifieke tijd, over een specifieke omstandigheid. Voor een dynamische realiteit als het democratische stelsel is de eenzijdigheid van een dergelijke fatwa gewoonweg ontoereikend om als bewijs te dienen voor alle tijden en alle omstandigheden.

Neem als voorbeeld de fatwa van Sheikh ibn Oethaymien (moge Allah hem genadig zijn). De Sheikh werd gevraagd naar het oordeel over participatie in de presidentsverkiezingen van Amerika, waarop hij antwoordde dat het toegestaan was(1). 

In tegenstelling tot Nederland bestaat er in Amerika een presidentieel stelsel. Dat wil zeggen dat er aparte verkiezingen zijn voor het parlement (de wetgevende macht) en de president (de uitvoerende macht).

Als uitvoerende macht is het niet de taak van de president om wetgeving tot stand te brengen. Het essentiële bezwaar tegen parlementaire verkiezingen zoals die in Nederland worden gehouden, is juist dat de stemmer aan het proces van wetgeving bijdraagt, iets waarvan in presidentsverkiezingen geen sprake is. Dit toont aan dat niet elke fatwa zomaar te kopiëren is naar een andere situatie.  

Soms wordt participatie in een bepaalde fatwa toegestaan op specifieke voorwaarden. Een fatwa van de Saudische fatwaraad, voorgezeten door Ibn Bāz (moge Allah hem genadig zijn), stelt in ondubbelzinnige bewoordingen dat de enige omstandigheid onder welke participatie geoorloofd is, “dat men daarmee het doel bereikt om de wetgeving te kunnen veranderen in een op de Sharī’a gebaseerd systeem, en dat verkiezingen slechts fungeren als een middel hiertoe”. 

Tevens stelt de fatwa dat de deelnemer zich in de tussentijd “niet schuldig mag maken aan onislamitische handelingen tijdens zijn werk”(2). 

Is dit een voorwaarde waar Denk of Nida aan kunnen of überhaupt willen voldoen? Zo niet, kunnen wij dan stellen dat Ibn Bāz participatie in parlementaire verkiezingen in het algemeen toestaat?

Dit zijn slechts twee voorbeelden die aantonen dat het knippen en plakken van fatawa onvoldoende recht doet aan de complexiteit van het vraagstuk.

Maar ook in het contra-kamp moet orde op zaken gesteld worden. Allereerst dient men zich te bedienen van de fatsoensnormen die met het verkondigen van de Islam gepaard gaan. Niet alleen is het uitnodigen naar de Islam met wijsheid en goed onderricht een Quranisch gebod, het levert onder aan de streep ook meer resultaat op. De juiste boodschap in de verkeerde verpakking presenteren is onaantrekkelijk en ineffectief.

Ook haasten bepaalde elementen in het contra-kamp zich soms naar het uitspreken van takfier over diegenen die het stemmen toestaan, terwijl een dergelijk oordeel gebonden is aan vele voorwaarden. Het uitspreken van een specifiek oordeel over het al dan niet overschrijden van de oevers van Islam, is in feite een rechterlijke uitspraak die door een daartoe bevoegd persoon kan worden gedaan, nadat er gekeken is of aan alle voorwaarden is voldaan en er geen preventieve factoren van toepassing zijn. Voldoende kennis van het juridische instrumentarium is hierbij essentieel.

Bovendien is het zich haasten naar takfier geen eigenschap die de moslim betaamt. Je kunt je wat deze kwestie betreft beter onthouden van takfier op iemand die mogelijk uit de Islam is getreden, dan dat je een oordeel van takfier uitspreekt over iemand die binnen de oevers van Islam is gebleven.

In het vervolg zullen we de discussie over participatie in parlementaire verkiezingen op de inhoud moeten voeren, met geldige argumenten, ver van emotionele opwellingen of persoonlijke aanvallen. We zullen in onze argumentatie moeten waken voor het (al dan niet onbewust) gebruik van drogredeneringen die onze standpunten diskwalificeren. We zullen ons gedrag moeten verfraaien en een houding moeten aannemen die passend is voor studenten van kennis.  

Een onderwerp als dit leent zich niet voor een potje moddergooien op social media. Het vraagstuk zou in mijn bescheiden opinie behandeld moeten worden in een promotieonderzoek onder leiding van betrouwbare moslimacademici. Alleen dan kan recht worden gedaan aan het multidimensionale karakter van de discussie die elke vier jaar weer oplaait. Moge Allah ons begunstigen met kennis, wijsheid en goed gedrag!

------------------------------------------------------------------

1. https://www.youtube.com/watch?v=jTWtB0CnvMg

2. Fatwa al-Ladjna ad-Daa'ima (23/ 406,407)


Reacties

Populaire posts van deze blog

Is het nu oorlog? Kom maar op!

‘Het is oorlog’, kwekt een gefrustreerde Nanninga op Jalta . En, ‘het is de schuld van de islam’. Van de miljoenen vredelievende moslims in Europa wil ze niks weten. Het kan haar ‘geen reet’ schelen dat er ook aardige mensen bij die club horen. In lijn met de Bush-doctrine verklaart ze de vijandschap aan iedereen die haar vijand niet als zodanig typeert. Want in tijden van oorlog staat nuance natuurlijk gelijk aan heulen met de vijand. Ze is van plan ten strijde te trekken met een wapenarsenaal bestaande uit woorden, rede en ratio. Als moslim zeg ik: ‘kom maar op met die oorlog’. In een strijd die uitgevochten wordt met woorden, rede en ratio maakt Nanninga namelijk geen schijn van kans. Over haar woorden wil ik niet te lang uitweiden. Gescheld, gevloek en getier is het standaard protocol in haar columns en tweets. Niks om als beschaafd burger voor te vrezen dus. Van de rede moet ze het ook niet hebben. Hoe verklaar je anders die schaamteloze generalisering van miljoenen moslims

Wanneer je riooljournalistiek het voordeel van de twijfel geeft

Daar zat Bart Olmer van de Telegraaf tussen collega-journalisten, politici en wetenschappers te luisteren naar mijn lezing over Duurzaam Islamitisch Activisme. Toen hem tijdens de Q&A gevraagd werd om zijn mening, gaf hij aan deze niet te hebben. Begrijpelijkerwijs schoot de zaal in de lach. Telegraaf die geen mening heeft? Daaropvolgend gaf hij meteen te kennen iets van mijn kritiek op de media, zoals verwoord in mijn lezing, te snappen, en deed toen een aanbod voor een paginagroot interview met mij. één van de foto's die voor het interview gebruikt zou worden Dat die pagina vooral beplakt zou worden met foto’s die een bepaalde associatie moesten opwekken, en dat de tekst vooral zou bestaan uit een monoloog waarin de welbekende twee aantijgingen (namelijk deelname aan een demonstratie en het schrijven van een liedje) voor de zoveelste keer werden herkauwd, en dat veel kostbare ruimte besteed is aan het omschrijven van mensen die ik niet persoonlijk ken, ofwel e